Terug naar alle onderzoeken

Professionalisering van docenten die innoveren op het vlak van ICT

Gepubliceerd op 31 oktober 2014

Professionalisering van docenten die innoveren op het vlak van ICT: op zoek naar richtlijnen op basis van theorie.

Op verzoek van Kennisnet heeft BeteoR in een literatuurstudie gezocht naar richtlijnen voor de effectieve professionalisering van docenten in het voortgezet onderwijs die het onderwijs innoveren en daarbij gebruikmaken van ICT.

Vraagstelling

Welke richtlijnen kunnen aan de behandelde literatuur worden ontleend betreffende gespreid leiderschap, professionele ruimte, professionalisering van docenten in het algemeen en op het vlak van ICT?

Conclusie

De richtlijnen zijn opgesteld op basis van een theoretische verkenning en zullen nog moeten worden gevalideerd in de praktijk. Dat betekent dat een aantal van de richtlijnen geaccepteerd zullen worden, andere worden aangepast of zelfs verworpen. Voorlopig echter, geeft de literatuur aanwijzingen dat de toepassing van de getraceerde richtlijnen de effectieve professionalisering van docenten in het VO – die het onderwijs innoveren en daarbij gebruikmaken van ICT – kan bevorderen.

Voorlopige richtlijnen voor de schoolorganisatie:

  • De schoolorganisatie heeft een heldere, uitgewerkte visie op onderwijs en op het gebruik van ICT daarin.
  • De schoolorganisatie nodigt docenten uit om op het gebied van onderwijs leiderschap te nemen op thema’s die voor de docenten van belang zijn.
  • De schoolorganisatie selecteert docenten die die meer geschikt zijn voor innovatie en die meer de neiging hebben om een grote professionele ruimte te ervaren.
  • De schoolorganisatie biedt de werknemer uitdaging.
  • De schoolleiding en de docenten stemmen af over de visie; over de nadere invulling van inhoud, technologie en didactiek en over de verdeling van verantwoordelijkheden.
  • De schoolorganisatie stelt in overleg feitelijke professionele ruimte voor docenten vast; de school bepaalt spelregels met de docenten over bijvoorbeeld doelen, subdoelen, verantwoordelijkheden, facilitering en rekenschap afleggen.
  • De schoolorganisatie creëert een juiste cultuur om de veranderingen te ondersteunen, bijvoorbeeld door
    • De schoolorganisatie biedt de professionaliserende medewerkers steun van de leidinggevende: supportive coaching (coachende stijl van leidinggeven).
    • De schoolorganisatie biedt de professionaliserende medewerkers vertrouwen van de leidinggevende.
    • De schoolorganisatie gaat in gesprek met docenten over hun attitude ten aanzien van het gebruik van ICT in het onderwijs en wijst op de mogelijkheden van ICT in het onderwijs.
  • De schoolorganisatie geeft de werknemer de mogelijkheid om werken en leren te combineren.
  • De schoolorganisatie faciliteert de docent met tijd, ondersteuning, middelen en de gelegenheid om kennis op te doen.
  • De schoolorganisatie biedt maatwerk; overleg tussen de schoolorganisatie en de individuele docent over de vraag wat voor de docent de ideale condities zijn om te kunnen professionaliseren.

Voorlopige richtlijnen voor de professionaliserende docent:

  • De docent verbindt werken en leren, onder andere door nieuwe inzichten in de praktijk te brengen, te analyseren en te evalueren.
  • De docent koppelt het formele en/of niet-formele leren bij voorkeur aan het informele leren van alledag.
  • De docent leidt zijn eigen leervragen af uit datgene wat hem in zijn werk boeit en bezighoudt.
  • De docent geeft zijn eigen professionaliseringsproces vorm.
  • De docent neemt verantwoordelijkheid voor zijn veranderingen en zijn innovaties aan zijn werkpraktijk.
  • De docent wordt lid van een innovatieve en/of leergemeenschap binnen de organisatie.
  • De docent is zich bewust van het doel van de groep en van de verantwoordelijkheid die zijn lidmaatschap met zich meebrengt, soms als leider en soms als volger.
  • Binnen de groep geven de docenten invulling aan de volgende processen:
  • Collegiale interactie, voor uitwisseling van gedachten, ideeën, wensen, meningen.
  • Uitwisseling van kennis en vaardigheden, om als groep een brede kennisbasis te bouwen.
    • Deelname aan en de ontwikkeling van leergemeenschappen binnen en buiten de organisatie, om kennisopbouw en – uitwisseling te faciliteren.
    • Vertrouwen geven en verdienen, als geleider van uitwisseling en als katalysator voor innovatief werkgedrag.
    • Onderlinge steun geven en verdienen; sociale cohesie als verbindende factor tussen de groepsleden, als gevolg van gedeelde doelen.

Samenwerken met anderen binnen en buiten de eigen organisatie.

  • De docent bouwt aan de vergroting van zijn sociaal netwerk door interactie en uitwisseling.
  • De docent vergroot zijn gevoel van (ICT-)bekwaamheid door kennis en vaardigheden te ontwikkelen. Zo werkt hij aan zelfvertrouwen.
  • De docent hanteert het TPACK-model om zijn kennis te ontwikkelen.