Terug naar alle onderzoeken

Persoonlijk leren en ICT-gebruik op het Connect College

Gepubliceerd op 11 December 2014

Het Connect College heeft in het schooljaar 2013-2014 een belangrijke vernieuwing doorgevoerd in vwo 2 en 3. De school heeft letterlijk zijn gebouw aangepast en muren van klaslokalen verwijderd. Tegelijk heeft het een andere didactiek ingezet, gericht op meer op maat en individueel gericht werken met leerlingen, ook wel aangeduid als persoonlijk leren.

De leraren verplaatsen zich naar de klassen in plaats van de leerlingen. Instructie aan de hele klas wordt in principe beperkt tot twintig minuten. De rest van de tijd werken de leerlingen zelfstandig aan de lesstof. Naast de reguliere lessen zijn er ook keuzewerktijd-uren. Tijdens deze uren kunnen leerlingen zelf kiezen waaraan ze hun tijd besteden.

Er is sprake van een grotere rol van ICT in het onderwijsleerproces. Leraren maken een weekplanner die online geplaatst wordt op de digitale leeromgeving. In deze leeromgeving worden nog meer onderwijsmaterialen voor de leerlingen verzameld, zoals PowerPoint presentaties, filmpjes en video-opnames van de lessen. 

Vraagstelling

  1. Welke verwachtingen en motieven liggen bij leraren en management ten grondslag aan de invulling van de aanpak?
  2. Op welke wijze geven leraren in de praktijk invulling aan de nieuwe manier van werken? Hoe is de rolverdeling tussen leraar en leerlingen?
  3. Kunnen verschillende subgroepen van leraren worden afgeleid (bv. voorlopers en dragers van de vernieuwing, volgers, achterblijvers, etc.) en wat zijn kenmerken van deze subgroepen?
  4. Welke opbrengsten worden met persoonlijk leren gerealiseerd?

Conclusie

1. Verwachtingen en motieven:

De schoolleiding ziet het persoonlijk leren vooral als een vernieuwing die de leerlingen beter moet laten scoren op het gebied van samenwerken en zelfstandigheid. De schoolleiding verwacht dat leerlingen ten minste vergelijkbaar maar wellicht beter gaan presteren door de nieuwe manier van werken. Leraren stellen zich voornamelijk ten doel om een grotere verscheidenheid van lesmethodes tijdens hun lessen toe te passen.

2. Hoe gepersonaliseerd is de invulling in de praktijk?

De leraren bepalen wat de leerstof is en dit wordt via een weekplanner gecommuniceerd met de leerlingen. Leerlingen kunnen maar in beperkte mate zelf onderwerpen kiezen om te studeren. Differentiatie wat betreft leerdoelen gebeurt voornamelijk tijdens de keuzewerktijduren waarin leerlingen optionele lessen kunnen kiezen.

De leraren spelen voornamelijk in op een verscheidenheid van leerstijlen door veel verschillende onderwijsmethoden toe te passen tijdens hun lessen. De gedachte is dat door deze manier van werken leerlingen met verschillende leerstijlen beter worden bediend dan in de vroegere klassikale methode waarin leerlingen voornamelijk moesten luisteren en aantekeningen moesten maken. Leerlingen kunnen niet zelf kiezen welke opdrachten gemaakt worden of hoe de lesstof overhoord wordt.

De meeste leraren zien dat hun rol is veranderd en dat zij meer lesgeven als coach. Ze vinden dat het geven van persoonlijke uitleg of uitleg aan een groepje leerlingen niet wezenlijk verschilt van de uitleg die zij klassikaal geven in andere klassen.

De leraren verwachten van de leerlingen dat zij zelf hun huiswerk corrigeren en dat doen de leerlingen ook. Leerlingen mogen niet meebepalen wanneer zij getoetst worden.

3. Verschillende subgroepen van leraren?

Er zijn grote verschillen tussen de leraren in de mate waarin zij zelfstandigheid verwachten van hun leerlingen, de mate waarin zij persoonlijk onderwijs aanbieden en de mate waarin zij ICT gebruiken. Er is meer sprake van een verdeling langs een geleidelijke schaal dan dat er duidelijk verschillende groepen geïdentificeerd kunnen worden.

4. Opbrengsten

De toetsprestaties van leerlingen laten geen duidelijke trend zien. Tegelijk kan ook worden geconstateerd dat de nieuwe manier van werken zeker niet tot dalende prestaties heeft geleid. De leerlingen zijn tevreden over de nieuwe didactiek, maar willen niet dat er nog veel verder gaande veranderingen plaatsvinden. Ook vinden zij een aantal elementen uit de oude didactiek nog erg prettig. Volgens leraren werken de leerlingen door de nieuwe didactiek meer samen met andere leerlingen, en maken ze goed gebruik van de digitale middelen en van de keuzewerktijd.