Terug naar alle onderzoeken

Opvattingen, betekenisverlening en de inzet van ict in het onderwijs

Gepubliceerd op 26 February 2015

Hoe staan leraren ten opzichte van de inzet van ict en welke opvattingen hebben zij over de wijze waarop ict-toepassingen het beste kunnen worden ingezet? In hoeverre zijn deze opvattingen van invloed op de inzet van ict? Op die vragen richt het onderzoek ‘Opvattingen, betekenisverlening en de inzet van ict in het onderwijs’ zich.

De afgelopen jaren is door Kennisnet uitvoerig onderzoek gedaan naar de inzet van ict in het onderwijs en naar de effecten die daarmee kunnen worden bereikt. We zien inmiddels dat er binnen het onderwijs veelvuldig gebruik wordt gemaakt van diverse toepassingen van ict, en dat er op diverse plaatsen geëxperimenteerd wordt met de inzet ervan (de resultaten zijn onder andere te lezen in de Vier in balans-monitor). Desondanks blijft onderbelicht wat leraren van deze ontwikkeling vinden.

Vraagstelling

Het onderzoek geeft antwoord op de volgende vragen: 

  • Welke opvattingen hebben leraren, die deel uit maken van eenzelfde team, over het leren van een vreemde taal in het algemeen en het gebruik van online interculturele uitwisseling in het bijzonder?
  • Handelen leraren in hun dagelijkse praktijk conform hun opvattingen (doen ze waarin ze geloven?)
  • Waarom doen ze dit wel/niet? Welke factoren spelen een rol?

Conclusie

Uit dit onderzoek blijkt dat wanneer leraren geconfronteerd worden met een nieuw element in de leeromgeving (bijvoorbeeld een specifieke ict-toepassing) er een kernvraag is die zij als eerste (gezamenlijk) moeten beantwoorden, te weten: Welke leerprocessen zouden mijn leerlingen het beste kunnen doorlopen om te leren?
Deze vraag is eigenlijk altijd relevant, dus ook al je een probleem wilt oplossen of het onderwijs wilt verbeteren. Als deze vraag beantwoord is, volgen de volgende vragen:
  • Welke eisen stelt dit aan de leeromgeving van mijn leerlingen (leeractiviteiten, docentrollen, bronnen en materialen, groeperingsvormen, plaats, tijd en toetsing)?
  • Kan het nieuwe element in de leeromgeving (b.v. een specifieke ict-toepassing) bijdragen aan de optimalisering van de leerprocessen van mijn leerlingen en hoe?
  • Waaraan (criteria) en hoe kunnen we zien of leerprocessen van mijn leerlingen daadwerkelijk verbeteren, of zij beter leren en of zij tot betere leerresultaten komen?
De beantwoording van bovenstaande vragen stimuleert leraren om bepaalde redeneringen te expliciteren. Daardoor werken zij aan het expliciteren van hun impliciete opvattingen en kennis (praktijktheorieën) en het gezamenlijk bespreken daarvan.