Terug naar alle onderzoeken

Methodegebonden rekensoftware in het basisonderwijs: de mening van leerlingen

Gepubliceerd op 5 december 2010

De mening van de leerling, over ict gebruik in de klas, lijkt vaak stilzwijgend door zowel leerkrachten als andere betrokkenen te worden ingevuld. In deze verkennende pilotstudie staat de perceptie van basisschoolleerlingen centraal met betrekking tot het gebruik van methodegebonden software in het rekenonderwijs. Dit onderzoek verkent, in de groepen 7 en 8 van in totaal tien basisscholen, hoe leerlingen het gebruik van deze software ervaren in vergelijking met het rekenen met hun rekenboek en schrift.

Vraagstelling

1. Op welke wijze wordt de rekensoftware in de klassen gebruikt?
2. Wat is de mening van de leerkracht over de rekensoftware en over de wijze waarop de leerlingen met de software werken?
3. Hoe ervaren de leerlingen het gebruik van de rekensoftware?
4. Zijn de percepties van leerlingen te relateren aan individuele leerlingkenmerken?

Conclusie

Een minderheid van de leerkrachten blijkt de rekensoftware in te zetten op de manier die in de handleiding wordt aanbevolen. De leerkrachten hebben niet de indruk dat de leerlingen met meer plezier op de computer rekenen dan in het rekenschrift; de rekeninhoud geeft namelijk de doorslag. De resultaten voor de totale groep leerlingen laten zien dat de meerderheid een voorkeur heeft voor werken in het rekenschrift. Eenzelfde percentage vindt het rekenen met de software ook moeilijker dan in het schrift. Op enkele punten zijn sekseverschillen te constateren. Een groot verschil is er echter te zien tussen de leerlingen van groep 7 en groep 8: de leerlingen van groep 7 zijn in het algemeen positiever over de software. Het rekenniveau blijkt geen duidelijke verband te hebben op de ervaring van de leerlingen op de rekensoftware.

Download de volgende bestanden