Terug naar alle onderzoeken

Eindrapport Survey Onlinegeletterdheid

Gepubliceerd op 9 december 2014

Dit is een eindrapport van een landelijke survey onder docenten Nederlands. Het doel was de kennis, houding en praktijk van docenten te achterhalen met betrekking tot onlinegeletterdheid. Hiermee zouden we een inzicht hebben in de baseline of beginsituatie van docenten op dit gebied. 

Vraagstelling

Wat is de kennis, houding en praktijk van docenten Nederlands met betrekking tot online geletterdheid

Aan bod komen vragen als:

  • Hoe beoordelen leraren Nederlands online geletterdheid als vaardigheid? Zien ze het als een nieuwe vaardigheid, anders dan offline geletterdheid? Vinden ze het belangrijk dat er in het onderwijs aandacht aan wordt besteed? Zou de vaardigheid volgens hen binnen het Nederlandse curriculum geleerd moeten worden?
  • Zijn er verschillen in houding, kennis en praktijk tussen meer traditioneel ingestelde docenten, en meer constructivistisch ingestelde docenten?

Conclusie

  • We zien dat er een (redelijk) grote overeenstemming is dat online tekstbegrip een belangrijke vaardigheid is en dat het moet worden opgenomen in het curriculum en de leermethoden. Minder zeker is men over de vraag of het nodig is dat online tekstbegrip apart in de eindtermen moet worden opgenomen en/of in het CSE. Het is duidelijk dat er een grote behoefte bestaat aan professionalisering.
  • Docenten die het relatief belangrijk vinden dat in het curriculum onlinegeletterdheid aandacht moet krijgen staan meer aan de constructivistische kant van het continuüm.  
  • We zien dat de overgrote meerderheid vindt dat onlinegeletterdheid nieuwe vaardigheden vraagt en dat deze moeten worden onderwezen.
  • Er is een significante positieve correlatie tussen zelfvertrouwen en de meer constructivistische onderwijsvisie. Tussen de traditionele onderwijsvisie en zelfvertrouwen is een wat minder sterke, maar wel significante correlatie met zelfvertrouwen.